Ik was 6 jaar…

Met een diepe zucht gaat ze rechtop zitten. Ik zet mijn leesbril af. We zijn halverwege het boek. Een soort Afrikaanse versie van W.G. van der Hulst. Een boek dat je het gevoel geeft van ‘buiten stormt het en binnen is het knus en warm bij moesie…’

Haar ogen staren in het niets… Ze is zich onbewust van de ziekenhuiszaal en haar hoofd dat onder de zweren zit. 11 jaar is ze en HIV positief.

‘Ik was 6 jaar en ik moest voor de baby zorgen’, begint ze. ‘Mijn moeder zat in de gevangenis en ik woonde bij mijn tante’. Ze kijkt in de richting van een pasgeboren baby in het bedje naast haar.

‘Ik gaf de baby de fles en verschoonde de luier. Ik deed de baby in bad en als het huilde dan zorgde ik dat hij weer stil werd.’

‘Soms als ik even naar buiten wilde, bond ik de baby op mijn rug…’

6 jaar oud…. In gedachten zie ik mijn zoontje van 5…. Onvoorstelbaar!

‘Mijn tante kwam altijd pas om 12 uur in de nacht thuis. Ik was bang in het donker. Ik had de deur op slot en ik gaf de sleutel door het raam aan mijn tante als ze thuis kwam. Om 5 uur in de ochtend ging mijn tante weer weg.’

Het blijft stil…

Ik blijf haar aankijken, met mijn hoofd in mijn handen….wachtend…

‘Mijn moeder haar bloed was ook ziek, net zoals dat van mij…’

‘Ze had een vriend. En ze deden dingen met elkaar waar ik bij was, je weet wel…..’ Ik zei tegen mijn moeder dat ze dat niet moest doen. Dat mag niet als je zo ziek bent.’

‘Het was een slechte vriend. Hij deed mijn moeder pijn.’

‘Mijn moeder werd steeds zieker en toen moest ze naar het ziekenhuis.’

Ze kijkt naar haar infuus.

‘Daar hadden ze niet van die slangetjes. En ook geen knop waar je op kunt drukken als je de zuster nodig hebt.’

‘Het was een slecht ziekenhuis. In een week tijd gingen daar wel 3 mensen dood.’

‘Mijn moeder probeerde nog op te staan, maar toen viel ze.’

‘Ze hebben haar teruggebracht naar haar bed en de deur dicht gedaan. Toen is ze dood gegaan. Ik was er niet bij…’

Het blijft lang stil…. (Een half jaar geleden overleed haar moeder)

‘Mijn moeder bad wel eens, maar ze was ook vaak dronken.’

‘Mijn oma ging vroeger naar de kerk, maar ze is daar mee opgehouden. Ik kan niet ‘Prys die Here sing’ en dan thuis komen en alleen maar gevloek horen, zei ze…’

‘Maar ik ben blij dat ik volgende maand bij mijn tante mag gaan wonen. Die drinkt niet. Alleen op vrijdag, zaterdag en zondag.’ En op zaterdag gaat ze naar de kerk’

‘Ik wil een lang leven, samen met mijn familie’

‘Mijn oma zegt dat als een jongen je vraagt om met hem te trouwen, je daar 2 weken over na moet denken voor je antwoord geeft…’

Ik vertel haar dat ik 2 weken wel erg kort vind en dat ik 4 jaar vrienden met Uncle Erwin ben geweest voordat ik met hem trouwde.

Ze kijkt mij lang aan en zegt; ‘Dan ga ik dat ook doen; 4 jaar…!’

Ze vervolgt ‘Mijn Oma heeft 5 jaar gewacht voor ze met mijn Opa trouwde….ze kregen 12 kinderen…’

De tijd vliegt om… Het is bijna 7 uur in de avond en ik moet nodig naar mijn gezin.

Ik bedank haar voor haar levensverhaal. Nu kan ik nog beter voor haar bidden.

Lief, dapper kind!

(door Ida Born)